2014-07-31 Libellen in Eemland – een zomerse tussenstand

Vlinders Eemland

Libellen in Eemland – een zomerse tussenstand

31 juli 2014, door Dick Nagelhout


Half mei schreef ik een stukje over de libellen die we (Jelly, Alma en ik) de weken daarvoor op de Stulp waren tegengekomen. Ik was al een tijdje aan het nadenken over een update maar deze zomer gaat alles zo snel (en ik ben zo langzaam) dat er sinds half mei wel heel veel soorten libellen zijn verschenen. Waar te beginnen?


Venwitsnuitlibel man – foto: Dick Nagelhout


We gaven al aan dat de vrij zeldzame venwitsnuitlibel zou verschijnen. Wel, dat is gebeurd. We zagen hem en haar vooral bij het Gentianenven en enkele bij het Biezenven. Lastig van de Noordse witsnuitlibel te onderscheiden, maar let op de voorrandader op de voorvleugel. Die is bij de Noordse helemaal geel en bij de venwitsnuit eerst zwart en naar de top toe geel (voor de andere verschillen verwijs ik graag naar de Veldgids Libellen en Libellennet).

Ook hoopten we op de komst van de gevlekte witsnuitlibel. En ja hoor, die kwam ook langs, zowel bij het Gentianenven als bij het Biezenven. Het mannetje is wel heel gemakkelijk te herkennen aan de gele vlek op het achterlijf. Vrouwtjes – die meer brede gele vlekken op het achterlijf hebben - hebben we niet gezien, dus of we de soort hier ook in de toekomst zien is duister.


Gevlekte  witsnuitlibel man – foto: Dick Nagelhout


De grote keizerlibel zie je werkelijk overal. Een schitterende libel die ook nog eens zeer algemeen is volgens het boekje. Hij komt heel vaak langs vliegen maar hij gaat weinig zitten. De meeste kans om hem eens goed te bekijken heb je ’s morgens als hij nog in de vegetatie hangt. Deze zagen Jelly en ik weer bij het Gentianenven.


Grote keizerlibel man – foto: Dick Nagelhout


Haar krijg je goed in beeld als ze eitjes legt. Dat deed ze bijvoorbeeld toen we begin juni als vlindergroep langs de koeiendrenkplaats op de Stulpheide liepen.


Grote keizerlibel legt eitjes – foto: Peter van der Wijst


Daar zagen we ook het mannetje van de platbuik, een merkwaardige naam maar hij heeft inderdaad een sixpack. Het vrouwtje is veel geler.

Platbuik man – foto: Dick Nagelhout


Het mannetje lijkt wel wat op de gewone oeverlibel. Ook die kun je overal tegenkomen. Niet alleen aan de oever maar misschien nog wel vaker rustend in het zonnetje op een stukje zand waar jij zo dadelijk je voeten neer gaat zetten.


Gewone oeverlibel man – foto: Dick Nagelhout


En dan komen we nu bij een moeilijk stukje, de heidelibellen. Vier soorten komen hier veel voor maar we moeten altijd bedacht zijn op de zuidelijke, de zwervende en de bandheidelibel. Ze zijn in de buurt gesignaleerd! Maar goed, laten we ons hier eerst richten op de bloedrode, de steenrode en de bruinrode heidelibel. Het mannetje van de bloedrode is erg rood, het vrouwtje geel. Terzijde: de naamgeving bij libellen is gericht op de man; de verdere uitwerking van de vierde feministische golf zal hier naar verwachting verandering in brengen.

De belangrijkste kenmerken van de bloedrode heidelibel zijn de vrijwel geheel zwarte poten.

.

Bloedrode heidelibel man – foto: Alma Dijkgraaf


De steenrode en de bruinrode heidelibel hebben geel op de poten. Naar mijn idee zeggen die kleuren rood weinig; wanneer is iets steenrood en wanneer bruinrood? De bruinrode is iets groter dan de steenrode en heeft wat smallere gele strepen op de poten. Maar wat heb je in het veld aan deze kenmerken? Ze zitten nooit naast elkaar! 


Steenrode heidelibel vrouw - foto: Dick Nagelhout


Kijk vooral of er een snor te zien is: de zwarte streep die op het voorhoofd zit loopt dan iets langs het oog naar beneden. De steenrode heeft een snor (de s is hierbij het ezelsbruggetje), de bruinrode niet. Dat is een hard kenmerk. Maar om het moeilijk te maken heeft de bloedrode heidelibel ook een snor. Kijk dus eerst naar de poten (zwart of met gele strepen)  en dan naar de snor. Jonge ‘rode’ heidelibellen zijn trouwens voornamelijk geel, vrouwtjes ook.

Bruinrode heidelibel man - foto: Dick Nagelhout


De vierde soort is de zwarte heidelibel. Net als bij de bloedrode heidelibel zijn de poten zwart. Jonge exemplaren en vrouwtjes zijn geel. Op de zijkant van het borststuk zijn altijd drie gele vlekjes te zien in een zwarte band. Verder is de onderkant in zijaanzicht minstens voor een derde deel zwart.


Zwarte heidelibel man - foto: Dick Nagelhout


Het mannetje wordt na een paar weken inderdaad zwart.

Zwarte heidelibel man uitgekleurd – foto: Dick Nagelhout


En dan vonden we nog de vroege glazenmaker. Deze is bruin met duidelijk groene ogen die ook in de vlucht goed te zien zijn. Je zult hem dit jaar niet vaak meer tegenkomen. Wel kun je nu de bruine glazenmaker zien. Die is helemaal bruin met erg bruine vleugels. Niet te missen.

Vroege glazenmaker – foto: Dick Nagelhout


Tot zover de echte libellen. Zoals je weet zijn deze van de juffers te onderscheiden doordat bij de laatsten de voor- en achtervleugel gelijk van vorm zijn, de kop breder is dan lang (en de ogen uit elkaar staan) en ze slanker zijn. De vuurjuffer zal je nauwelijks meer zien, maar azuurwaterjuffers, watersnuffels en lantaarntjes vinden we nog volop bij onze inventarisaties. Ook de pantserjuffers zijn er nu in groten getale. Weer zo’n lastige familie. Daarover binnenkort meer, maar hier alvast een foto van de gewone pantserjuffer.


Gewone pantserjuffer man – foto: Alma Dijkgraaf


Van de volgende juffer hebben we helaas afscheid moeten nemen, ze was niet meer te redden.


Roofvlieg met juffer – foto: Dick Nagelhout


Wil je ook eens mee met een inventarisatie? Meld je aan bij Jelly, Alma of bij mij.