2020-12-31 Soesterveen 2020, een jaartje in nachtvlindervlucht

Vlinders Eemland

Soesterveen 2020, een jaartje in nachtvlindervlucht

31 december 2020, door Violet Middelman & Remco Vos

 

Het Soesterveen in Soest is het laatste restant hoogveen in de Provincie Utrecht. Enkele jaren geleden is het gebied uitgebreid. Hiervoor is van een deel van de oude graslanden de bovenlaag weggehaald. De oude veenlaag, die er nog deels was, krijgt nu de kans om te herstellen zodat hier het veenmos weer kan gaan groeien en het eenzelfde soort vochtig heidegebied gaat worden als het ‘oude’ gedeelte. In 2020 hebben we er, net als in voorgaande jaren, inventarisaties naar nachtvlinders gedaan.


20201231-Soesterveen-7-Ferry Kok
20201231-Photo_6553840_DJI_240_jpg_4818134_0_2020126113822_photo_origi
20201231-Photo_6553847_DJI_247_jpg_4340873_0_20211995250_photo_origina

Uitzicht over het nieuwe en oude gedeelte van het Soesterveen (Foto Ferry Kok, drone)

 

De eerste keer dat we dit jaar in het Soesterveen onze lichtopstelling hadden staan was op 9 mei.  Doordat het in april nog vrij fris was waren we nog niet veel avonden opstap geweest, de avond ervoor was de 1e keer dit jaar. Ook deze avond was de temperatuur vrij snel aan het dalen. Naast de nachtvlinders komen er ook vaak andere insecten op het licht af. Zo liep er deze keer een vrouwtje van de Neushoornkever over het grondlaken.


Neushoornkever - Oryctes nasicornis (foto Remco Vos)

 

Een soort die we hier vaker gezien hebben is de Eikentandvlinder. Het is een vrij forse vlinder met een voorvleugellengte van 23 tot 32 mm. De rups leeft in de kruinen van volgroeide eiken, de soort overwinterd als pop diep in de grond.


Eikentandvlinder - Peridea anceps (foto Remco Vos)

 

Een nieuwe soort voor het gebied is de Peenkaartmot, een soort waarvan de waardplant o.a. peen (Daucus carota) is. De soort vliegt van augustus tot en met juni, overwintering vindt plaats als imago.

Voor ons was het pas het tweede exemplaar die we sinds 2012 gezien hebben, in deze omgeving dus geen algemeen vlindertje.


Peenkaartmot - Agonopterix yeatiana (foto Remco Vos)

 

De vlindertjes uit de familie van de vedermotten hebben een bijzondere vorm. Deze avond kwam twee soorten op het laken, een Scherphoekvedermot (Amblyptilia acanthadactyla) en een Dwergvedermot.

De Dwergverdermot is een vrij kleine soort, samen met de Zonnedauwvedermot (Buckleria paludum), behoort deze tot de kleinste vedermotten van Europa.

Ze vliegen in twee generaties, de eerste tussen april en juni, en de tweede van augustus tot in september. De rupsjes van deze soort leven op koniginnekruid (Eupatorium cannabinum). De rupsen van de zomergeneratie zouden mogelijk leven van de bloemen en de zaaddozen en verpoppen in de steel of bij omliggend materiaal bij de waardplant. De overwinterende rupsen boren in de plantenstelen waarin ze de rest van de winter leven.


Dwergvedermot - Adaina microdactyla (foto Remco Vos)

 

Half juni, de 12e, gingen we weer een poging wagen. Het was een lekkere dag geweest met zo’n 25 to 30 graden, en het zou niet snel afkoelen. Maar helaas verliep de avond heel anders dan we hadden gehoopt. De lamp stond eigenlijk nog maar net een uurtje aan en Violet zei dat ze het niet vertrouwde, en nog geen 5 minuten later kregen we een wolkbreuk over ons heen. Dus deden we snel de lamp uit, want de hete lamp kan knappen door de regen, en was moesten we snel opruimen. Maar in dat uurtje hadden we toch al zo’n 35 soorten. 

Klik hiervoor het verslag van deze avond.

 

Het had een avond kunnen worden met heel veel soorten, maar helaas bleef het hier dus bij. Eén van de nieuwe soorten voor ons was de Bruine sikkeluil (Laspeyria flexula). Eerder hadden we deze soort al wel in het buitenland gezien, maar nog niet in Nederland. Dit was tot enkele jaren terug een zeldzame verschijning in Nederland, maar is met een grote opmars bezig. De rupsen van de Bruine sikkeluil leven van diverse soorten korstmossen op naald- en loofbomen en uit onderzoek is ook gebleken dat deze soort algen eet.


Bruine sikkeluil - Laspeyria flexula (foto Remco Vos)

  

Een soort die we al enkele malen eerder vonden in het Soesterveen is de Grote parelmot. Maar deze zien we nooit in grote getale, meestal maar een enkel exemplaar. De rupsen leven op rus (Juncus) en dat zal in dit natte gebied ongetwijfeld staan.


Grote parelmot - Glyphipterix thrasonella (foto Remco Vos)

 

De laatste keer in 2020 dat we met de lakenopstelling in het Soesterveen stonden was op 1 augustus. Op deze avond zaten er heel wat beren (nachtvlinders dus) op ons laken en niet op de weg. Het waren 4 soorten, Kleine beer (Phragmatobia fuliginosa), Glad beertje (Eilema griseola), Streepkokerbeertje (Eilema complana) en het Muisbeertje (Pelosia muscerda). De rupsen van de kleine beer leven op diverse kruidachtige en houtige planten, waaronder weegbree, kruiskruid, struikhei, kardinaalsmuts en brem. De overige drie leven van (korst)mossen en algen. Waarbij het streepkokerbeertje een voorkeur heeft als deze op stenen, stronken, paaltjes en takken op de grond zitten en het Glad beertje en Muisbeertje als deze op bomen of struiken zitten. Het Muisbeertje voornamelijk voorkomt in moerasachtige gebieden met een voorkeur voor natte plaatsen met wilgen- en elzenstruwelen. Dus eigenlijk zo’n beetje een gebied als het Soesterveen.


Muisbeertje - Pelosia muscerda (foto Remco Vos)

 

Dat we hier in een nat gebied staan blijkt ook wel uit een groot aantal soorten, die gebonden zijn aan planten die van een vochtig biotoop houden. Dit zijn soorten zoals o.a. Duikermot (Acentria ephemerella), Kroosvlindertje (Cataclysta lemnata), Russenuil (Coenobia rufa) en Rietmot (Chilo phragmitella). Maar ook de Lisdoddesnuitmot (Calamotropha paludella), de rups mineert in de bladeren van Grote en Kleine lisdodde. Voor de overwintering blijft de rups in de basis van de mijn, of kruipt deze in een holte van een wortelstok. Na de winter kruipt deze weer omhoog in het inmiddels verdorde blad of in de stengel. De rupsen zijn te vinden van september tot en met april. De imago’s vliegen van mei tot begin september.


Lisdoddesnuitmot - Calamotropha paludella (foto Remco Vos)

 

De soorten meestal veel indruk achterlaten zijn toch wel de pijlstaarten, dit zijn altijd wel forse units die je soms ook aan hoort komen vliegen. Als er eentje op laken komt zijn die vaak heel onrustig en zorgen ze voor veel ‘gedoe’ op het laken doordat ze niet snel gaan zitten. Ze blijven vaak een tijdje vliegen en verjagen daardoor veel andere vlinders. Maar als ze dan zitten kun je ze mooi bewonderen. Dit jaar hadden we 4 soorten pijlstaarten; dit waren Groot avondrood (Deilephila elpenor), Lindepijlstaart (Mimas tiliae), Dennenpijlstaart (Sphinx pinastri), Populierenpijlstaart (Laothoe populi).


Populierenpijlstaart - Laothoe populi (foto Remco Vos)

 

Het aantal soorten dat we gezien hebben was dit jaar minder dan de afgelopen jaren, maar we hadden pech met de avonden dat we hier stonden. Zoals op 12 juni toen we moesten stoppen en we eigenlijk nog maar net begonnen waren. Ook de andere avonden waren ondanks de betere weersverwachtingen kouder dan verwacht. Al met al zagen we hier dit jaar toch nog 145 soorten nachtvlinders.


Bramenbladroller - Notocelia uddmanniana (foto Remco Vos)



Geraadpleegde bronnen o.a.

 

http://www.microvlinders.nl/

 

https://www.vlinderstichting.nl/vlinders

 

http://www.lepiforum.de/lepiwiki.pl