2019-12-31 Een jaar nachtvlinders op de Vliegbasis Soesterberg

Een jaar nachtvlinders op de Vliegbasis Soesterberg

31 december 2019, door Violet Middelman en Remco Vos

 

In onze omgeving is één van de mooiste en speciale locaties om te speuren naar nachtvlinders toch wel de voormalige vliegbasis in Soesterberg. Vaak zoeken we een plek uit bij de shelters waar vroeger de straaljagers in stonden.

In dit gebied komen we wat minder vaak overdag om te zoeken, maar het laken stellen we er wel gemiddeld 1x per maand op in de periode van april tot en met augustus.


Een van de locaties op de Vliegbasis (foto Violet Middelman)

 

Op 20 april stonden we voor het eerst dit jaar met de laken-/lichtopstelling bij 1 van de shelters. Aan het begin van het seizoen zijn het vaak avonden dat de aantallen laag zijn, zowel qua soorten als exemplaren. Dit was best een redelijk goede avond met 30 soorten, en de aantallen vielen niet tegen. Zo hadden we ongeveer 30 ex. van de Voorjaarsdwergspanner - Eupithecia abbreviata, 17 ex. van de Maantandvlinder - Drymonia ruficornis en 10 ex. van de Groenige orvlinder - Polyploca ridens. Een soort die wij vaak als rups zien op eik, maar minder vaak als imago op het laken aantreffen is de  Eikenvoorjaarsuil - Orthosia miniosa. Deze avond hadden we twee imago's. Dit is een redelijk zeldzame soort, die naar onze mening makkelijker als rups te vinden is dan als imago. Als je in april tot juni, zeker de beginperiode, naar de spinsels zoekt in de eiken dan kun je deze vaak makkelijk vinden. De jonge rupsen leven in eerste instantie samen in een spinsel, later gaan de oudere rupsen verspreiden en vaak solitair verder.


Eikenvoorjaarsuil - Orthosia miniosa (foto Remco Vos)

 

Als het kan proberen we elke mogelijke avond in een gebied met de opstelling te gaan staan, zo ook weer op zaterdag 1 juni. Het was een mooie avond waarop we zo’n 115 soorten zagen, waaronder enkele exemplaren van de Baardsnuituil - Pechipogo strigilata. Enkele dagen eerder zagen we deze soort zowel op de Stulpheide als in het Soesterveen en eind juni ook op Landgoed Groeneveld bij Baarn. Deze soort hadden we in de voorgaande jaren nog niet gezien. Wij vinden het wel bijzonder dat we in korte tijd deze soort vier maal (zes exemplaren) en op verschillende locaties zien.


Baardsnuituil - Pechipogo strigilata (foto Remco Vos)

 

Een soort die we in 2014 ook al gezien hadden op de vliegbasis is de Gele smalvleugelmot- Batrachedra pinicolella. Dat was tijdens het excursie-weekend van de NEV secties Snellen en Ter Haar, die wij toen georganiseerd hadden voor de leden. (Klik hier voor het verslag van dit weekend). Ook dit jaar hebben we weer een exemplaar gezien, op 5 juli kwam deze op het licht af. Het is een soort waarvan de rups op de waardplant fijnspar (Picea abies) leeft. In eerste instantie mineert de rups in de naald, later leeft de rups op het overjarige deel van de tak in een spinsel van schors, korstmos en uitwerpselen. Van daaruit vreet de rups verder van de naalden, waarna deze verpopt op een tak.


Gele smalvleugelmot- Batrachedra pinicolella (foto Remco Vos)

 

Begin augustus hadden we ons laken weer opgesteld in het sheltergebied, het koelde na half twee ineens vrij snel af waardoor we deze avond redelijk op tijd stopten, niet veel later deden we de lamp uit. Wel hadden we inmiddels zo’n 70 soorten gezien. Waaronder de Grauwe monnik - Cucullia umbratica. Een soort die voornamelijk diverse kruidachtige planten als waardplant heeft. Deze soort hadden wij nog niet eerder gezien.


Grauwe monnik-  - Cucullia umbratica (foto Remco Vos)

 

Overdag gaan we een enkele keer de vliegbasis op om op zoek te gaan naar de (nacht)vlinders. Het speuren naar bladmijnen, zakdragers en kokermotten is een fijne activiteit.

Nadat wij door Ben van As geattendeerd waren op de vraatsporen en de kokers van de Grote bladkokermot - Coleophora siccifolia zijn wij daarna in onze omgeving gaan zoeken en al snel hadden we een aantal exemplaren gevonden. Zo ook op de vliegbasis. De rups maakt een vrij forse, buisvormige bladzak, met een groot aangehecht bladdeel welke al snel verdroogd. De rups zit aan de onderzijde van een blad, voornamelijk van berk en meidoorn, waar deze van het blad vreet en daardoor zijn op het blad vaak meerdere, geelachtig tot bruinverkleurde vlekmijntjes zichtbaar. Aan de onderzijde zijn de voor een coleophora karakteristieke gaatjes te zien.


20191019-Grote bladkokermot-DSCF2073-rv
20191019-Grote bladkokermot-DSCF2074-rv

Vraatsporen en de koker van de Grote bladkokermot-  - Coleophora siccifolia (foto Remco Vos)

 

De rups van de Groene berkenmineermot - Stigmella continuella begint in het blad van een berk met een aantal korte kronkelingen, het weefsel sterft daardoor op deze plek af en er ontstaat een bruine plek. Daarna is de mijn minder gekronkeld en volgt vaak de nerf van het blad. Verse mijnen zijn vaak (donker)groen van kleur en later, als de mijn verlaten is, verkleurd deze bruin.


Groene berkenmineermot - Stigmella continuella (foto Remco Vos)

 

In 2019 zagen we op de Voormalige vliegbasis 292 soorten nachtvlinders, inmiddels na 10 jaar inventariseren waarvan sinds 2014 ook met de licht/laken opstelling hebben wij 591 soorten aangetroffen in dit gebied.

 

Gebruikte bronnen:

www.microvlinders.nl

www.bladmineerders.nl

www.bladmineerders.be

www.lepiforum.de

 

Een soort die vaak in grote aantallen op het laken komt is de Duikermot - Acentria ephemerella

De rupsen van deze soort leven in het water, ook de verpopping vindt plaats in het water.

 

Duikermot - Acentria ephemerella (foto Remco Vos)