2014-09-10 De laatste libellen van het seizoen

Vlinders Eemland

De laatste libellen van het seizoen

10 september 2014, door Dick Nagelhout


We naderen het einde van de periode waarin we libellen kunnen zien. Hoog tijd om er een paar onder de loep te nemen die we – naast de heidelibellen - nu nog kunnen zien: paardenbijters en blauwe en bruine glazenmakers. Daarnaast nog even aandacht voor enkele juffers uit de polder.


Paardenbijter maakt tussenstop (foto Dick Nagelhout)


In een logistiek systeem van ongeveerde paardenkarren en onregelmatige karrensporen droegen middeleeuwse glazeniers hun breekbare glasplaten maar liever op de rug. Libellen, met hun grote doorzichtige vleugels, leken wel een beetje op deze glazeniers. De naam: glazenmaker zou daarvan zijn afgeleid. Of het waar is of niet, het is een mooi verhaal.

Glazenmaker, in dit geval een grote keizerlibel (foto Dick Nagelhout)


In Eemland komen we begin september nog vier glazenmakers tegen, de grote keizerlibel, de paardenbijter, de blauwe glazenmaker en de bruine glazenmaker. Over de grote keizerlibel hebben we het eerder gehad. Glazenmakers vliegen veel. In rust hangen ze vrijwel verticaal in de vegetatie.

 

Hangplek voor paardenbijters (foto Dick Nagelhout)

 

Paardenbijters worden zo genoemd omdat boeren vroeger dachten dat hun paarden gebeten werden. In werkelijkheid likten ze wel eens het zweet van paarden op en vingen de insecten van de paardenlijven weg. Je kunt ze vaak in groepen op enkele meters hoogte zien jagen op insecten, meestal in de buurt van bomen. Als je op zo’n plek de vegetatie afspeurt heb je een dikke kans dat je de rest van het gezelschap lekker ziet hangen. Ze zijn kleiner dan de blauwe glazenmaker en bruiner, maar in de vlucht is het nog niet zo simpel om het verschil te zien.



Paardenbijters paringswiel (foto Dick Nagelhout)

 

De blauwe glazenmaker gaat liever in zijn eentje op jacht, vaak laag bij de grond of boven het water. Bij warm weer zoekt hij de schaduw op. Het mannetje heeft op het achterlijf blauwe zijvlekken en op het laatste deel blauwe rugvlekken. Het vrouwtje heeft groene vlekken. Om het gemakkelijk te maken, er bestaat ook een groene glazenmaker, maar deze komt in onze regio niet voor.

 

Blauwe glazenmaker vrouw (foto Dick Nagelhout)

 

De blauwe glazenmaker is de enige soort binnen de familie van de glazenmakers waarbij de achterste vlekken op de rug met elkaar verbonden zijn tot een soort lantaarntje. Volgens het boekje zijn deze ook in de vlucht goed te zien. Als dat zo is moeten we als libellengroepje collectief naar de oogarts.

 

Blauwe glazenmaker man (foto Dick Nagelhout)

 

Bruine glazenmakers zijn goed te herkennen omdat vrijwel alles bruin is met enkele gele en blauwe accenten. Heidelibellen hebben ook wel bruine vleugels, maar zij zijn kleiner. De hele zomer zagen we bruine glazenmakers vliegen, maar ze op de foto zetten lukte maar niet. Tot Jelly en ik eind augustus in het Nonnenland een vrouwtje eitjes zagen afzetten. Dit deed ze aan de rand van een beekje. Hoewel ze haar best deed uit het zicht te blijven is het na een half uur toch gelukt haar te fotograferen zonder zelf in het water te vallen.

Bruine glazenmaker eileggend (foto Dick Nagelhout)

 

Als Vlinderwerkgroep richten we ons vooral op de bos- en heidegebieden van Eemland. Daar zijn de omstandigheden ook het meest natuurlijk en is de grootste variatie in vlinders en libellen te vinden. Een uitgebreide literatuurlijst waarin dit wordt onderbouwd is op aanvraag beschikbaar.

 

Variabele waterjuffer paringswiel (foto Dick Nagelhout)

 

Vorig jaar vond ik het daarom wel leuk om als vaste vlinderroute een heel ander gebied te kiezen. Het werd het deel van het Klompenpad Derde Erf dat langs de Amersfoortse waterzuivering naar de Eem loopt. Ik had bij de maandelijkse vogeltelling al gezien dat het een vlinderrijk gebied was. Dit jaar heb ik daar ook m’n libellenroute. Ik zie daar een aantal soorten die we nauwelijks of helemaal niet zien in onze bos- en heidegebieden.

 

Grote roodoogjuffer man (foto Dick Nagelhout)

 

In de eerste plaats hebben we daar de grote roodoogjuffers. Een lastige juffer om op de foto te zetten omdat ze graag op drijvende waterplanten zit waar je zonder lieslaarzen niet makkelijk bij kunt komen. Bij het mannetje vallen inderdaad de rode ogen op. Het vrouwtje heeft roodbruine ogen. Ook mooi.

 

Grote roodoogjuffer (jonge) vrouw (later wordt ze wat groener ‘met een toefje blauw’) (foto Dick Nagelhout)

 

En hebben we dan ook kleine roodoogjuffers? Jazeker. Die komen ook op m’n route voor. Dit jaar zagen we ze trouwens ook in de vijver in het Monnikenbos. Ze zijn wat kleiner en ze hebben ook blauw op de secties 2 en 8 van het achterlijf, tel maar even mee. Op sectie 10 zit een x-vormig tekentje.

 

Kleine roodoogjuffer man (foto Dick Nagelhout)

 

Verder vond ik op m’n route, net als overal in onze polders, de weidebeekjuffers. Ze houden vooral van stromend water, maar ik zag er onlangs ook een in een vijver van boswachterij De Lage Vuursche. Het mannetje heeft een donkerblauwe band over de vleugel. Wanneer je een geheel blauwe vleugel ziet dan heb je te maken met een bosbeekjuffer, maar deze komt tot nu toe in onze regio niet voor. Het vrouwtje van de weidebeekjuffer heeft groene of groenbruine vleugels zonder band.

 

Weidebeekjuffer man (foto Dick Nagelhout)

 

Op m’n libellenroute kom ik volop variabele waterjuffers tegen. Het bijvoeglijk naamwoord geeft al aan dat ze in veel variaties voorkomen, niet alleen in kleur maar ook in tekening. Dat zorgt al gauw voor verwarring met andere juffers. Een belangrijk kenmerk is dat de meeste mannetjes een uitroeptekenvormige schouderstreep hebben.

 

Variabele waterjuffer man (foto Dick Nagelhout)

 

Tot slot. In totaal hebben we tot nu dit jaar ruim 3000 libellen geteld. Van de 64 soorten die zich nu waarschijnlijk in Nederland voortplanten hebben we er rond Soest en Baarn dit jaar 33 gezien. Twee daarvan staan op de nieuwe Rode Lijst Libellen gerubriceerd als kwetsbaar: de gevlekte en de venwitsnuitlibel. De tengere grasjuffer is vrij zeldzaam, terwijl de koraaljuffer voor onze provincie vrij zeldzaam is. Als libellengroep zijn we natuurlijk benieuwd of er nog andere soorten libellen voorkomen in ons ‘IVN-werkgebied’. Als je daarvan op de hoogte bent dan horen we het graag. Via deze link kun je ons (Jelly, Alma en Dick) bereiken. Ook als je mee wilt. Maar dat wist je al.