2026-06-20 Een knetterende eerste inventarisatie voor 2026

Een knetterende eerste inventarisatie voor 2026

21 juni 2026, door Violet Middelman & Remco Vos

 

Onze eerste nachtvlinderinventarisatie in 2026 te Eemland leverde genoeg spektakel op.

Met dagtemperaturen van ruim 30 graden en een hoge luchtvochtigheid waren de verwachtingen gespannen. Zouden we onweer krijgen? Zou het droog blijven met een lekkere plaknacht en veel vlinders? Niet geschoten is altijd mis, dus vrijdagavond reden we naar Vliegbasis Soesterberg.

We zagen een prachtig rode lucht door de zonsondergang. En aan de andere kant een bijna pikzwarte lucht. Dat voorspelde niet veel goeds… We waren nog geen 3 minuten op de Vliegbasis toen er een enorme bui los brak, met het daarbij horende onweer. We hebben een tijd in de auto gezeten en genoten van de onophoudende bliksem en gedonder. Het was spectaculair, zoveel bliksemflitsen, lang geleden dat het zo tekeer ging. Na een uur zijn we maar naar huis gegaan, dit ging niets meer worden.



Op zaterdag in de herkansing, met iets betere voorspellingen. Onweer zou pas vroeg in de ochtend komen, als het meezat tenminste.

Milan, de BOA van Het Utrechts Landschap, kwam op het moment dat de lamp net aan was. Gewoon omdat hij het leuk, interessant en gezellig vindt. Terwijl de nachtvlinders rustig aan op het licht afkwamen waren we gezellig aan het kletsen. Des te later het werd, des te meer vlinders er kwamen. Het was echt een geweldige nacht. Eén van de eerste soorten was meteen een bijzondere, de duizendbladzadelmot. Een zeer zeldzame soort die we vorig jaar voor het eerst gevonden hadden op de vliegbasis, maar nu dus op het laken kwam zitten. De vlinders vliegen van mei tot in augustus, en de rupsen zijn te vinden in de bladsteel of de wortelstokken van de waardplant, duizendblad (Achillea millefolium). (1)


Imago van de duizendbladzadelmot - Epiblema graphana (foto Remco Vos)

 

Aan het begin waren de meeste soorten op het laken, de zgn. microvlinders, dit zijn de vaak wat kleinere soorten nachtvlinders. Zoals de hiervoor genoemde soort, en de zilverbandpalpmot (Oxypteryx wilkella), de smallijnbladroller (Celypha rufana) en de Helmgrasmot (Anerastia lotella). Wat later kwamen er ook wat macrovlinders, inderdaad vaak de wat grotere soorten, op het laken zitten. Zoals de gele snuituil (Paracolax tristalis), dit is een soort de we jaarlijks, vaak op meerdere momenten en aantallen  zien. Een andere leuke soort om te zien, is het vierstipbeertje en deze treffen we niet jaarlijks op hier.


Imago van het vierstipbeertje - Cybosia mesomella (Foto Remco Vos)

 

Naast veel soorten die we hier vaker zagen, kwam er ook een soort op het laken zitten die we niet direct herkenden, dit bleek voor ons dan ook een nieuwe soort voor het gebied te zijn, de smalvleugelrietboorder. Het is een vrij variabele soort qua tekening op de vleugels, waardoor we deze niet direct herkenden, ondanks dat we deze buiten Eemland al een aantal maal gezien hadden. In 2014 was deze soort al eens gezien tijdens de door ons georganiseerde weekendexcursie van de NEV Secties Snellen & Sectie Ter Haar. (2) Sindsdien was deze soort hier en ook verder in Eemland niet meer gezien, ondanks de vele nachten dat wij hebben geïnventariseerd.

 

Smalvleugelrietboorder - Chilodes maritima (Foto Remco Vos)

 

Een fraai getekende soort die we al meerdere jaren zien op de vliegbasis, is de stipjesbladroller. De rupsen van deze soort leven o.a. op grove den, en de vlinders vliegen van mei tot eind augustus. (3) Dit was niet de enige soort van grove den die we deze avond zagen, zo zaten er op het laken ook exemplaren van de dennenpijlstaart (Sphinx pinastri), de gewone dennenlotboorder (Rhyacionia buoliana), de rode dennenspanner (Hylaea fasciaria) en de fraaie dennenbladroller (Archips oporana). En waarschijnlijk zaten er nog meer soorten op het laken waarvan de rupsen smullen van de grove dennen.

 

Imago van de stipjesbladroller - Lozotaeniodes formosana (foto Remco Vos)

 

Het laken bleef zich steeds meer vullen met vlinders, waaronder vele tientallen stippelmotten, dus het werd steeds voller en voller. Ineens kwam er een vrij forse witte vlinder naar het laken gevlogen. Deze ging niet direct zitten, maar bleef wat rondvliegen en ging soms even kort zitten op het laken, maar vloog direct weer weg. Gelukkig konden we snel een foto maken van de vlinder in vlucht bij het laken, Het was de witte hermelijnvlinder, ook weer een nieuwe soort voor ons, en ook voor de vliegbasis.

Dit is een soort die tot 2000 bijna niet gezien werd, en tot 2010 wat meer werd gezien, voornamelijk in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Maar daarna steeds meer gezien wordt en zich in noordelijke richting aan het verspreiden is. In Utrecht is deze voornamelijk in het westelijke deel van de provincie gezien. (4)

 

Dit zijn toch wel de soorten die je een wauw-gevoel geven op zo’n avond!


Imago van de witte hermelijnvlinder - Cerura erminea (foto Remco Vos)

 

Om 2:45 uur ging Milan naar huis. En er veranderde direct iets in de atmosfeer. Niet omdat Milan weg was, maar omdat er met grote snelheid een onweersbui op ons af kwam. Binnen 15 minuten hadden we alles afgebroken en dat was geen seconde te vroeg.

Op het moment dat alles in de auto zat, inclusief wijzelf, barstte de bui los. Regen, bliksem, onweer, niet te geloven, wat een natuurgeweld! Maar wat een geweldige nacht was dit, met een knetterende afsluiting.




Uiteindelijk zijn we deze avond uitgekomen op een heel mooi aantal van net iets meer dan 130 soorten nachtvlinders.


 

Bronnen;

(1) Muus (2026), Handboek Motten, deel 1 ‒ blz. 380 / https://microvlinders.nl/species/epiblema-graphana

(2) https://vlinderseemland.nl/nachtvlinders/2014-excursie-nev-sectie-snellen-en-ter-haar

(3) Muus (2026), Handboek Motten, deel 1 ‒ blz. 305 / https://microvlinders.nl/species/lozotaeniodes-formosana

(4) https://vlinderstichting.nl/vlinder/witte-hermelijnvlinder/ en https://waarneming.nl/species/9774/maps/?start_date=2000-12-23&interval=15552000&end_date=2026-06-21&map_type=grid1k