2025-12-31 Stulpheide, een jaartje in nachtvlindervlucht

Stulpheide 2025, een jaartje in nachtvlindervlucht

31 december 2025, door Violet Middelman en Remco Vos

 

De Stulpheide behoort tot onze ‘vaste’ gebieden waarin wij (nacht)vlinderinventarisaties doen. Het mooie golvende heidegebied en de afwisseling tussen droge en natte heidegebieden, met enkele plassen maken het een mooi en afwisselend gebied. Het is een mooi gebied om overdag te mogen struinen en in de nacht te kunnen staan met de lichtopstelling, dus ook in 2025 zijn we hier weer geweest en hebben enkele leuke soorten gevonden.

 

De variabele heidebladroller is een zeldzame soort nachtvlinder — maar is dat wel zo? De soort komt maar matig op licht, en als wij tijdens daginventarisaties exemplaren zagen, waren dat vaak slechts één of enkele individuen.

Door echter op het juiste moment van de dag te zoeken, kun je mogelijk meer exemplaren van deze soort aantreffen. Misschien is de soort dus helemaal niet zo zeldzaam als wordt verondersteld. Zo zagen we van een andere waarnemer dat er aan het begin van de ochtend vele tientallen exemplaren werden gezien.


De dag erna, op 9 maart, gingen we zelf vroeg op pad om te kijken of deze soort op de Stulpheide ook in zulke aantallen te vinden was. Even na acht uur liepen we over de heide, en al snel vlogen er meerdere kleine vlindertjes boven de struiken. Inderdaad: ook hier waren ze op dit moment van de dag met tientallen tegelijk te vinden.

Korte tijd later, iets voor negen uur, vlogen er nog maar enkele boven de heide. De rest was blijkbaar alweer in rust en liet zich niet meer zien. Dat we er eerder dus niet zoveel zagen, kwam waarschijnlijk doordat we niet op het juiste moment van de dag in het gebied op zoek waren.


Imago van de variabele heidebladroller - Acleris hyemana (foto Remco Vos)


Een leuk vervolg hierop is dat we eind mei op struikheide een rups van deze soort vonden — niet geheel toevallig in het deel waar we enkele maanden eerder zoveel imago’s hadden zien vliegen.

De vliegtijd van deze soort loopt van september tot half april; ze overwinteren dus als imago. De rupsen zijn te vinden van juni tot en met augustus, waarbij ze leven in de samengesponnen toppen van de struikheide.


Rups van de variabele heidebladroller - Acleris hyemana (foto Remco Vos)

 

Op 29 april stonden wij voor het eerst met ons laken op onze vaste plek op de Stulpheide. De lamp stond nog maar net aan, of de eerste vlinders kwamen al op het laken zitten.

Een dikke dame meriansborstel (Calliteara pudibunda) was er als eerste bij en had nipt ‘gewonnen’ van een bleke eenstaart (Falcaria lacertinaria). Het laken vulde zich daarna steeds verder met grote en kleine soorten.

Een kleine soort die op het laken kwam zitten, was de grijze dennenknopmot — een nieuwe soort voor ons en voor de Stulpheide. Deze zeldzame soort komt voornamelijk voor op zandgronden in het binnenland, en de rupsen leven in de knoppen (vooral die van de bloeiwijze) van grove den. De vlinders hebben een spanwijdte van 11 tot 16 millimeter en vliegen van half april tot half juni.


Imago van de grijze dennenknopmot - Pseudococcyx posticana (foto Remco Vos)

 

Een soort die we hier al eens enkele malen eerder gezien hebben, is de vierkantspikkelspanner. Dit is een vrij zeldzame soort die met name op zandgronden in het binnenland en de duinen gezien wordt. Meestal zit er maar één exemplaar op het laken, maar deze keer zaten er vier.
De waardplanten van deze soort zijn diverse bomen, waarbij er een voorkeur is voor berk (Betula); maar ook beuk (Fagus sylvatica), eik en bosbes worden door de rupsen gegeten. Naast deze soort was er ook een exemplaar van de gewone spikkelspanner (Ectropis crepuscularia) op het laken gaan zitten.


Imago van de vierkantspikkelspanner - Paradarisa consonaria (foto Remco Vos)


Een soort die sinds het begin van deze eeuw steeds verder noordwaarts in Nederland uitbreidt en op steeds meer plekken wordt gezien, is de drievlekspanner. In 2024 zagen wij deze voor het eerst in Soest, en nu zat er een exemplaar van deze soort op het laken.

In mei en juni zagen we deze soort ook op andere locaties in Soest. Ook in deze regio lijkt de soort dus vaker voor te komen dan voorheen. Het is afwachten of we de komende jaren een verdere stijging van het aantal waarnemingen en exemplaren gaan zien.


Imago van de drievlekspanner - Stegania trimaculata (foto Remco Vos)


Op 14 juni stonden we weer met ons laken op dezelfde locatie. Deze nacht zagen we geen spectaculaire soorten of veel bijzonderheden, maar dat blijft het mooie van zo’n avond: je weet van tevoren nooit wat er op het licht afkomt. Wel kwamen er 14 exemplaren van de veelvraat (Macrothylacia rubi) op het laken zitten. Op zich niet heel gek, want eind vorig jaar vonden we veel rupsen van deze soort op de heide. Dat vertaalt zich het jaar erna in het aantal imago’s; ook die zagen we namelijk meer dan in voorgaande jaren.
Een soort die we hier nog niet vaak hebben gezien, is de tweevlekspanner. Het is wel een vrij algemene soort, met een voorkeur voor meidoorn en sleedoorn. Daardoor is het ook wel logisch dat we deze op de Stulpheide niet vaak zien, omdat die daar niet volop te vinden zijn op de heide of in de omliggende bossen.


Imago van de tweevlekspanner - Lomographa bimaculata (foto Remco Vos)

 

De laatste keer dat we in 2025 met het laken op deze locatie stonden, was op 14 augustus. De avond begon qua temperatuur goed, rond de 20 graden, maar het koelde snel af en het werd kil en een beetje mistig. Dat zijn niet de beste omstandigheden: de aantallen bleven laag en daarom zijn we er ‘vroeg’ mee gestopt. Met in totaal ‘slechts’ 54 soorten.

Een niet zo algemene soort die we hier al meerdere keren hebben gezien, is de bonte worteluil. Zoals de naam al enigszins doet vermoeden, is dit een vlinder met een bonte tekening op de vleugels — en dat klopt ook. De soort komt voornamelijk in de duinen voor en is in het binnenland lokaal op zandgronden te vinden.

Verschillende kruidachtige planten dienen als waardplant voor deze soort, waarbij de rupsen een voorkeur hebben voor muur, walstro en zeepostelein.


Imago van de Bonte worteluil - Agrotis vestigialis (foto Remco Vos)


In het najaar is het een goede tijd om op zoek te gaan naar bladmineerders. Zo gingen we op 1 oktober weer een rondje maken over de heide en door het bosgebied.

Langs de zandpaden staat aardig wat lijsterbes. Daarop vonden we mijnen van meerdere soorten: onder andere de gewone lijsterbesmineermot (Stigmella nylandriella) en enkele van de grijze lijsterbesmineermot (Stigmella magdalenae), die laatste is een zeldzame soort.

Op de eiken vonden we eveneens mijnen van verschillende soorten, zoals de gewone eikenblaasmijnmot (Ectoedemia albifasciella), de loofboombladroller (Gypsonoma dealbana), de bruine eikenvlekmot (Tischeria dodonaea), de gewone eikenvlekmot (Tischeria ekebladella) en de zeldzame hoefijzervlekmot. Die laatste soort doet het in onze omgeving erg goed en is op veel plekken te vinden.

De rupsjes leven in het blad en maken een blaasmijn. Uiteindelijk maken ze een cirkelvormige uitsnede. Deze valt, met het rupsje erin, op de grond; in deze uitsnede zal later ook de verpopping plaatsvinden.


Mijn met uitsnede van de Hoefijzervlekmot - Tischeria decidua (foto Remco Vos)


De berk staat garant voor een flink aantal soorten bladmineerders en andere sporen die erop te vinden zijn. Tijdens dit rondje vonden we elf soorten, waaronder de zuidelijke berkenmineermot

(Stigmella naturnella) en de spatel-berkkokermot (Coleophora milvipennis).

Een verwachte, maar toch ook onverwachte soort was de ronde berkenblaasmijnmot. Al lange tijd waren we in de regio op zoek naar deze soort. Enkele jaren geleden waren er al eens exemplaren gevonden, maar wij hadden deze nog niet kunnen vinden.

Op een blad met een mijn van de groene berkenmineermot zat echter ook een mooie mijn van de ronde berkenblaasmijnmot. Op een ander blad vonden we er nóg een — dus ineens twee mijnen van deze soort. Geweldig om deze zeldzame soort nu wel te vinden.

Het mooie is dat we enkele weken later op de Stompert en begin december in de Lange Duinen ook mijnen van deze soort vonden. Na lang zoeken zonder resultaat, troffen we de soort nu in korte tijd op drie plekken in Eemland.


Mijn van de ronde berkenblaasmijnmot - Ectoedemia occultella (foto Remco Vos)

 

Dit jaar hebben we vier keer met de lichtopstelling in het gebied gestaan, en meerdere malen hebben we overdag door het gebied gelopen. Het totaal aantal soorten nachtvlinders dat we in 2025 hebben gezien is uitgekomen op 267. Veel meer dan in andere jaren, maar we hebben dit jaar vaker dan de afgelopen jaren met de lichtopstelling op de Stulpheide gestaan.

 

We danken Staatsbosbeheer voor het verstrekken van de vergunning zodat we deze inventarisaties in het gebied konden doen.


Imago’s van de veelvraat - Macrothylacia rubi, mannetje en ei-afzettend vrouwtje (foto Remco Vos)


Geraadpleegde bronnen o.a.


www.microvlinders.nl


www.bladmineerders.nl


www.vlinderstichting.nl


www.lepiforum.de/lepiwiki.pl


www.waarneming.nl