2025, De Paltz, een jaartje in nachtvlindervlucht

De Paltz 2025, een jaartje in nachtvlindervlucht

31 december 2025, door Violet Middelman en Remco Vos

 

Landgoed de Paltz van het Utrechts Landschap is ook een van de gebieden waar wij (nacht)vlinderinventarisaties uitvoeren. Met ons laken staan wij vaak aan de rand boven de oude zandafgraving, en overdag lopen wij door het gebied. Zeker bij aankomst in de avond is het er vaak schitterend, zo vlak voor zonsondergang.

Eind mei gingen we voor het eerst met de lakenopstelling op de Paltz staan. Het was een heerlijke avond en we hadden veel soorten vlinders op het laken; uiteindelijk kwamen we uit op 178 soorten! Zo’n hoog aantal halen we niet vaak op één avond.

Een soort die we hier nog niet eerder hadden gezien, is de grijze dennenlotboorder (Rhyacionia pinivorana), een algemene soort die vooral voorkomt op de zandgronden in het binnenland. De rupsjes zijn te vinden in de jonge loten van dennen, waaronder grove den (Pinus sylvestris).

Deze avond hadden we ook een exemplaar van de geoogde langsprietmot (Nemophora ochsenheimerella), een soort die we pas enkele malen hebben gezien. Op de Paltz zagen we deze soort eerder al eens in 2018. Het is een zeldzame soort en heeft als waardplant gewone zilverspar (Abies alba). Andere leuke micro-soorten die we deze avond zagen, waren de vierpuntzwartwitmot (Ethmia terminella), de pronkpalpmot (Pseudotelphusa scalella), de gezaagde eikenvouwmot (Phyllonorycter kuhlweiniella) en de witkraagduifmot (Paraswammerdamia albicapitella).


Imago van de gezaagde eikenvouwmot - Phyllonorycter kuhlweiniella (foto Remco Vos)


Naast de kleine vlinders kwamen er deze avond ook veel grotere soorten op het licht af. Ook hier zagen we enkele soorten die we nog niet eerder op de Paltz hadden waargenomen, zoals de drievlekspanner (Stegania trimaculata), die we kort hiervoor voor het eerst op de Stulpheide zagen. Andere soorten die we deze avond voor het eerst hier zagen, waren de satijnvlinder (Leucoma salicis), de grauwe monnik (Cucullia umbratica), de geellijnsnuituil (Trisateles emortualis) en de kleine groenuil.


Voor meer foto’s van soorten die we deze avond zagen kun je hier bekijken.


Imago van de kleine groenuil - Earias clorana (foto Remco Vos)


Enkele weken later stonden we voor de tweede keer, ditmaal samen met Jan-Jaap, die helemaal uit Groningen was gekomen. Hij had zijn laken meegenomen en op enkele honderden meters van ons neergezet. Het was een geweldige nacht, waarbij de temperatuur redelijk hoog bleef. We zagen iets minder soorten dan de vorige keer, maar 170 is nog steeds een indrukwekkend aantal op één avond.

Een algemene soort, maar eentje die wij in onze omgeving nog niet eerder hadden gezien, is de gele agaatspanner. Het was dus ook de eerste keer dat we deze op de Paltz zagen. De waardplant van deze soort is walstro, waar de rups van april tot juni op te vinden is. De vliegtijd van de vlinder loopt van begin juni tot eind juli en de overwintering vindt plaats als eitje.


Imago van de gele agaatspanner - Gandaritis pyraliata (foto Remco Vos)

 

Verder zagen we deze avond meerdere soorten die we nog niet eerder op de Paltz hadden gezien, zoals de gegolfde spanner (Hydria undulata), de marmeruil (Polia nebulosa), de vliervlinder (Ourapteryx sambucaria) en de puntige zoomspanner. Deze laatste is een algemene soort, maar zien wij niet vaak. De laatste keer dat wij deze zagen, was in 2021, toen kwam er een exemplaar op het smeer af. Nu kwamen er twee op het licht af. De soort kent twee generaties per jaar, van begin juni tot begin oktober. De rupsen zijn te vinden in mei-juni en in augustus, en overwinteren als ei op de waardplant, zoals wilg (Salix), els (Alnus), (ratel)populier (Populus) en sleedoorn (Prunus spinosa).


20250622-puntige_zoomspanner-Epione_repandaria-imago-DSCF4813-rv
20250622-puntige_zoomspanner-Epione_repandaria-imago-DSCF4875-rv

Imago (donkere en lichte vorm) van de puntige zoomspanner - Epione repandaria (foto Remco Vos)

 

Op deze avond zagen we op de lakens ook weer meerdere, voor het gebied nieuwe, microvlinders verschijnen, zoals de Oosterse schone (Eratophyes amasiella), de zebramot (Parachronistis albiceps), de leemvlekbladroller (Cymolomia hartigiana) en de witschouderbladroller. Dit is een algemene soort, die verspreid over het land voorkomt, maar minder op de zandgronden lijkt voor te komen. De soort heeft meerdere waardplanten, zoals meidoorn (Crataegus), sleedoorn (Prunus spinosa), Amygdalus, peer (Pyrus communis), roos (Rosa), Potentilla fructicosa, Poterium, hazelaar (Corylus), iep (Ulmus), blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus), enzovoort. Veel van deze planten staan op de Paltz, waardoor we deze soort mogelijk in de komende jaren vaker zullen tegenkomen.


Imago van de witschouderbladroller - Acleris variegana (foto Remco Vos)

 

De ravenbladroller hadden we op de Paltz al eens eerder gezien, maar dat was in 2021. Daarvoor was de enige keer dat we deze vlinder zagen in 2015 op de Stulpheide. Het is een zeldzame soort die voornamelijk voorkomt in naaldboombossen in het binnenland en in duingebieden. Als waardplant wordt larix genoemd; de rupsen zijn daarop te vinden in mei en juni, maar mogelijk ook al na de vliegtijd van het imago, die van juni tot en met eind augustus is. Naast larix worden ook berk (Betula) en esdoorn (Acer platanoides) genoemd.


Imago van de ravenbladroller - Ptycholomoides aeriferana (foto Remco Vos)


Deze avond kwam er ook een mooi grijs vlindertje op het laken: de kamperfoeliepalpmot. Het is een vrij algemene soort, maar pas de tweede keer dat we deze zagen; kort hierna zagen we deze ook op de Stompert. De eerste keer dat we deze soort zagen, was in 2014 op de Vliegbasis Soesterberg. De waardplant van deze soort is wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum). De rups leeft van augustus tot mei van het volgende jaar, waarbij de overwintering plaatsvindt in samengesponnen bladeren. De vliegtijd van het imago loopt van eind mei tot begin augustus. (1


Imago van de kamperfoeliepalpmot - Athrips mouffetella (foto Remco Vos)

 

Op zo’n avond zien we natuurlijk niet alleen nieuwe soorten, maar ook veel vlinders die we vaker zien. Zoals de zeer zeldzame kersenspinner (Odonestis pruni), waarvan er deze avond verspreid over beide lakens drie exemplaren aanwezig waren. Kort daarvoor hadden we de kersenspinner ook al op het laken in het Soesterveen gezien. Ook de gele snuituil (Paracolax tristalis) zat er weer bij, een soort die we hier in 2012 voor het eerst zagen en die toen al langere tijd niet in de provincie Utrecht was waargenomen, maar die we tegenwoordig bijna jaarlijks op het laken treffen.

Op veel plekken in Eemland hadden we al eens een ligusterpijlstaart gezien, maar nog niet op de Paltz, dus was het leuk om deze grote pijlstaart op het laken te hebben.

Kijk hier voor meer soorten van deze avond.


Imago van de ligusterpijlstaart - Sphinx ligustri (foto Remco Vos)


De derde en voor dit jaar laatste keer dat we met het laken op de Paltz stonden, was op 12 augustus. Wederom een goede avond, met 112 soorten nachtvlinders.


Een zeldzame soort die we dit jaar voor het eerst op de Paltz zagen, is de panterspitskopmot. In 2022 zagen we deze soort voor het laatst in twee van ‘onze’ andere gebieden, waaronder de Vliegbasis Soesterberg. Eerder in het jaar zagen we de variabele spitskopmot (Ypsolopha ustella). De waardplanten van de panterspitskopmot zijn Spaanse aak (Acer campestre) en Noorse esdoorn (A. platanoides).


Imago van de panterspitskopmot- Ypsolopha sequella (foto Remco Vos)


De vedermotten vormen qua vorm een uitzondering binnen de nachtvlinders: de imago’s houden de vleugels gespreid, waardoor de vlinder T-vormig oogt. Dit jaar zagen we op de Paltz drie soorten vedermotten: op 21 juni de rozenvedermot (Cnaemidophorus rhododactyla), die we vaker zagen, en op 12 augustus twee soorten die we hier nog niet eerder hadden waargenomen: de duizendguldenkruidvedermot (Stenoptilia zophodactylus) en de streepzaadvedermot.


Imago van de streepzaadvedermot - Crombrugghia distans (foto Remco Vos)

 

In 2025 zagen we op Landgoed de Paltz in totaal 384 soorten nachtvlinders, veel meer dan in voorgaande jaren, en zelfs 61 nieuwe soorten voor dit gebied. Dit jaar hebben we driemaal met de lichtopstelling in dit gebied gestaan, en deze avonden waren uitzonderlijk qua aantal soorten. Sinds 2011 hebben wij in dit gebied inmiddels iets meer dan 640 soorten nachtvlinders gezien.


We danken Utrechts Landschap voor het verstrekken van de vergunning, zodat we deze inventarisaties in het gebied konden uitvoeren.


Imago, vrouw, van de neushoornkever (foto Remco Vos)