2025-09-27 Bladmineerdersexcursie

Bladmineerdersexcursie 2025 NEV Snellen in het Rysterbosk en Murnser klif

27 september 2025, door Remco Vos (met dank aan Ben van As)


De jaarlijkse bladmijnen en rupsenexcursie van NEV Snellen vond dit jaar plaats op 27 september, en werd de provincie Friesland bezocht en wel het Rysterbosk (Rijsterbos) en het Murnser klif (Mirnser klif), gebieden in het beheer/eigendom van it Fryske Gea.

Zoals ook bij de eerdere bladmineerdersexcursies werden direct op de parkeerplaats al meerdere soorten mineerders en kokertjes gevonden. Er stond volop meidoorn en Spaanse aak, dus een aantal soorten die daarop te vinden zijn troffen wij dan ook aan. Op Spaanse aak waren dit de akenmineermot, de spaanse aakvouwmot en de vrij lastig te vinden akenvruchtmineermot, die mineert in de vruchten, de andere twee soorten mineren in de bladeren.


Mijn van de akenvruchtmineermot - Etainia louisella (Foto Remco Vos, archief)


Op meidoorn vonden we ook meerdere soorten, zoals o.a. de meidoornzebramot, de meidoornooglapmot, de meidoornhoekmineermot, zwartkopblaasmijnmot en de dwarsstreephaakbladroller. Er stond aan de randen ook bijvoet en daarop vonden wij de best wel lastig te vinden koker van de bijvoetbloemkokermot. De rupsjes leven in de bloemknopjes van de bijvoet en maken de typische knaagsporen van coleophora-soorten in de bloemknopjes van de bijvoet.


Koker van de bijvoetbloemkokermot - Coleophora artemisicolella (foto Remco Vos)

 

De potloodmot is een soort die gevonden kan worden op haagwinde, de mijnen zijn vrij doorzichtig omdat de rupsen de frass door een opening in de mijn naar buiten werken. Vaak zitten er meerdere rupsen in een blad, waardoor er ook meerdere vlekmijnen in het blad zitten. Het is een vrij algemene soort, maar die mogelijk over het hoofd gezien wordt doordat er niet gericht naar gezocht wordt. Een andere soort waarvan we vandaag de rupsen op deze waardplant vonden, was de oranje kruidenmot.

Mijn met rupsen van de potloodmot - Bedellia somnulentella (Foto Remco Vos)

Bitterzoet is ook de waardplant van enkele soorten nachtvlinders, twee soorten daarvan vonden we vandaag.  Van de bitterzoetmot zijn  de rupsen en mijnen vaak tot laat in het jaar te vinden, vanaf mei tot soms in november. Hier vonden we op enkele plekken meerdere mijnen en rupsen in de bladeren. De frass wordt ook door deze rupsen uit de mijn gewerkt, en zo blijft er ook in de bladeren een witte blaasmijn achter.


Mijn van de bitterzoetmot - Acrolepia autumnitella (foto Remco Vos)

Een andere soort die als waardplant bitterzoet heeft is het vlekzandvleugeltje. De jonge rups begint te mineren vanuit de middennerf en vormt daarna in het blad een blaasmijn die gevuld is met frass. Dit in tegenstelling tot de bitterzoetmot, de mijnen van het vlekzandvleugetje zijn dus wat opvallender omdat de frass in de mijn achterblijft. Rupsen van deze soort zijn ook te vinden in de stengels, tussen samengesponnen bladeren en in de bessen (1.


Mijn van het vlekzandvleugeltje - Scrobipalpa costella (foto Remco Vos)


De berk is een boom waar veel soorten op te vinden zijn en ook ditmaal troffen we weer van een mooi aantal soorten de mijnen aan in de bladeren. Zoals de berkenooglapmot, de gerekte berkenblaasmijnmot,  de donkere berkenmineermot, de sociale berkenmineermot, de groene berkenmineermot en de bladrandberkenmineermot. Van deze soorten maken de rupsen gangmijnen in de bladeren en zijn vaak duidelijk te onderscheiden door de vorm van de mijnen en de frass in de mijn, welke van elkaar afwijken.

In de pdf over bladmineerders die we namens NEV Snellen enkele jaren geleden hebben op gezet wordt nader in gegaan op de verschillen tussen de mineerders op berk.

Evenals de vlindertjes die gangmijnen maken zijn er op berk ook meerdere soorten die vouwmijnen maken, zoals de berkenzebramot en de berkenvouwmot die we vandaag zagen. De berkenvouwmot is een van de algemeenste soorten op berk, en maakt een onderzijdige vouwmijn tussen twee bladnerven. Vaak kun je vanaf de bovenkant deze mijn al zien zitten door de vraat van de rups en  een lichte bolling van het blad. Aan de onderzijde zie je dan de vouwmijn welke vaak licht samengetrokken is door de vraat van de rups.


Mijn van de berkenvouwmot – Phyllonorycter ulmifoliella (Foto Remco Vos)

Naast de minerende soorten vonden we ook enkele rupsen, of sporen ervan (de kleine stipbladroller, egale duifmot en de voorjaarskortvleugelmot), en tevens troffen we kokers op de berk. De spatel-berkkokermot is een algemene en door de vorm, goed herkenbare kokermot, vanaf de bovenzijde van het blad zijn de vraatsporen van de rups te zien en aan de onderzijde is de koker te vinden.  Een minder algemene soort die we zagen is de witte berkenkokermot. Deze kokers zitten (meestal) aan de bovenzijde van het blad en ‘grazen’ daarvan.

Koker van de witte berkenkokermot - Coleophora betulella (foto Remco Vos)

 

Op eik komen ook veel soorten mineerders voor en hiervan zagen we er ook een aantal, zoals de eikenooglapmot, de gewone eikenblaasmijnmot, de gewone en de bruine eikenvlekmot. Naast de mineerende soorten vonden we op eik ook de rupsen of de sporen van de rupsen op de bladeren. Zoals de eikentopspinselmot, de vuurmot, de topbladroller, de maanpalpmot en de loofboombladroller.

Een soort die ik (Remco) nog niet eerder als mijn gevonden had was de eikenzilvervlekmot, en dan is het mooi dat je met zoveel mensen en kenners op pad bent die zo’n soort wel kunnen vinden. Mogelijk vallen de bladeren door de aantasting van de rups in de bladsteel eerder af, dus was de tip van Ben om de afgevallen bladeren te bekijken, zeker als in augustus/september als er nog niet heel veel bladeren liggen.


Mijn van de eikenzilvervlekmot - Heliozela sericiella (foto Remco Vos)

 

Tijdens de excursie kijken we niet alleen naar de microvlinders, ook de rupsen van de macrovlinders blijven niet onopgemerkt. Zo zagen we een mooie rups van de rietvink, de kleine groenuil, de groente-uil, de kleine zomervlinder en het kroonvogeltje.

Rups van het kroonvogeltje - Ptilodon capucina (foto Remco Vos)


Rond een uur of vier kwam er een eind aan de excursie en na het doorlopen van alle waarnemingen zijn we deze dag uitgekomen op 111 soorten nachtvlinders en 4 soorten dagvlinders. Van de 111 soorten nachtvlinders zijn er 32 nieuw voor het excursiegebied (bron waarneming.nl en soortenregister.nl) Dit laat dus maar goed zien dat het zoeken naar bladmijnen kan zorgen voor een verrijking van de soorten in een gebied.

 

We hebben deze dag nog veel meer soorten gevonden dan in het verslag genoemd worden, zie hiervoor onderstaand overzicht.

 

Wij danken  It Fryske Gea voor de medewerking en dat wij in hun gebied de excursie konden houden.

Wil je meer weten over bladmineerders check dan het document dat Ben van As, Tymo Muus en Violet Middelman en Remco Vos hebben samengesteld, zie hiervoor deze link.

Hieronder vind je lijst met de soorten die we deze avond gezien hebben.



Geraadpleegde bronnen o.a.


www.microvlinders.nl


www.bladmineerders.nl


www.vlinderstichting.nl


www.lepiforum.de/lepiwiki.pl


https://ndff.nl/


https://florafaunaverkenner.nl/


(1 Micro-moth field tips, Ben Smart