2025-12-31 Soesterveen, een jaartje in nachtvlindervlucht

Soesterveen 2025, een jaartje in nachtvlindervlucht

31 december 2025, door Violet Middelman en Remco Vos

 

In 2025 hebben we in het Soesterveen weer, met vergunning, inventarisaties naar nachtvlinders gedaan. Doordat het gebied het laatste hoogveengebied in de Provincie Utrecht is en er een aantal jaren geleden een uitbreiding is geweest blijft het uitermate interessant om de ontwikkelingen te volgen. Naast onze inventarisaties waren we in de winterperiode ook eenmaal per maand te vinden in het Soesterveen om dan met een grote groep vrijwilligers, (waar er nooit genoeg van kunnen zijn, dus laat het ons weten als je dit ook wilt).


Op 13 mei stonden we voor de eerste keer dit jaar met onze lakenopstelling in het Soesterveen. Om iets na half tien deden we de lamp aan en al snel kwamen de eerste vlinders op het laken zitten. Een melkwitte zomervlinder (Jodis lactearia) was de eerste en was al een vroege aankondiging dat de zomer eraan staat te komen. Andere soorten die volgden waren onder andere de draak (Harpyia milhauseri), een dennenpijlstaart (Sphinx pinastri) en vier mannetjes van de veelvraat (Macrothylacia rubi). Deze avond zagen we uiteindelijk 61 soorten nachtvlinders, daarvan zagen we er drie soorten deze avond voor het eerst in het Soesterveen, het wit spannertje (Asthena albulata), de fraaie korrelpalpmot (Teleiopsis diffinis) en de naaldboslangsprietmot.
De laatste soort is een vrij algemene soort die voornamelijk gezien wordt op de zandgronden in het binnenland en in de duinen. In Soest is deze al op meerdere locaties gezien, maar dit was dus de eerste keer in het Soesterveen.


Imago van de naaldboslangsprietmot - Nematopogon robertella (foto Remco Vos)

Op 11 juni gingen we in de middag het gebied in, want overdag vind je vaak andere soorten dan in de nacht. Er zijn ook aardig wat nachtvlinders die overdag vliegen en daarnaast zijn er zakdragers, kokermotten en rupsen te vinden. En ook hier hingen we de feromonen op van de frambozenglas-vlinder en na terugkomst van het speuren in het veen, zaten er een aantal mannelijke exemplaren van deze zeldzame soort bij de val. Die missie was dus geslaagd!. Ook het rondje door het veen was leuk en leverde een aantal soorten op die we hier nog niet eerder gezien hadden. Het sergeant-majoortje is een klein vlindertje dat overdag te vinden is in de begroeiing en dan vaak opvliegt. De waardplanten van deze soort zijn diverse klaversoorten (Trifolium, Lotus en Medicago).


Imago van het sergeant-majoortje - Grapholita compositella (foto Remco Vos)


Een andere leuke vondst die we op de middag van 11 juni deden waren enkele mooie rupsen van de koninginnenpage. Ze zaten voornamelijk op de melkeppe (Peucedanum palustre) die langs de waterkanten stond. Deze soort was door on in het Soesterveen nog niet eerder gezien. Ook niet als imago, maar niet veel later in het jaar op 17 juli vlogen er meerdere rond. De rupsen die we vonden waren in verschillende stadia, dus zagen ze er verschillend uit qua uiterlijk.


20250611-koniginnenpage-Papilio_machaon-rups-DSCF2918-rv
20250611-koniginnenpage-Papilio_machaon-rups-DSCF2976-rv
20250611-koniginnenpage-Papilio_machaon-rups-DSCF2950-rv

Rupsen in diverse stadia van de koniginnenpage - Papilio machaon (foto Remco Vos)

 

Kort daarna op 20 juni stonden we met de lakenopstelling weer in het Soesterveen, gezien de beperkte ruimte op deze plek gebruiken we hier eigenlijk altijd maar 1 lamp, terwijl we op de andere locaties er vaak aan beide zijden van het laken een lamp hebben hangen. Maar ondanks dat verschil, hadden we deze avond een mooi aantal van 118 soorten en wederom weer enkele soorten die we nog niet eerder in het Soesterveen gezien hadden. Zoals de schijn-nonvlinder (Panthea coenobita), de viervlakvlinder (Lithosia quadra), het vierstipbeertje (Cybosia mesomella) en de wilgenschorsvlinder. Dit laatste soort hebben we nog maar één keer eerder gezien en dat was in onze achtertuin, ongeveer op 1 km afstand van de plek waar we deze avond stonden. Deze soort is vooral te vinden in vochtige bossen, moerassen, rivieroevers en parken met wilg op vochtige kleigrond. De waardplanten zijn wilg en populier, dus heel goed mogelijk dat deze soort het Soesterveen en nabije omgeving als plek heeft uitgekozen. Misschien gaan we de rupsen nog eens vinden, en weten we zeker of dat zo is.


Imago van de wilgenschorsvlinder - Apterogenum ypsillon (foto Remco Vos)


De stippelsnuituil is een soort die wij nog niet op een andere plek in Eemland hebben gevonden dan in het Soesterveen. Het is ook een soort die van vochtige gebieden houdt, zoals moerassen, sloot- kanten etc. De waardplanten zijn verschillende soorten cypergrassen, zoals zegge (Carex sp) en veldbies (Luzula sp). De laatste keer dat we deze hier zagen was in 2022, dus leuk om deze soort nu weer te treffen.


Imago van de stippelsnuituil - Macrochilo cribrumalis (foto Remco Vos)


Eigenlijk stonden we op het punt om te gaan stoppen op deze avond, maar ineens ‘knalde’ er een vrij forse oranje vlinder op het laken. We dachten direct; “het zou toch niet?!” Maar ja, het was hem, de kersenspinner! En vrij snel erna nog eentje!
In 2022 hadden we deze soort hier al eens eerder, en nu dus weer. Wat een prachtige beesten zijn het toch, en dit jaar hadden we deze soort nog niet gezien, bovendient hadden we de afgelopen twee jaar deze soort helemaal niet meer gezien. En dit waren niet de enige exemplaren dit jaar, in totaal zagen we er zes, verdeeld over drie plekken in Soest. Maar mogelijk zit er hier in deze omgeving toch wel een mooie populatie van deze zeer zeldzame soort.


Imago (mannetje) van de kersenspinner - Odonestis pruni (foto Remco Vos)

Eind november was er weer een werkochtend van de vrijwilligers van Natuurmonumenten en we hielpen daarbij, zoals gebruikelijk is wanneer we kunnen, maar natuurlijk kunnen we het niet laten om dan ook naar de beestjes et kijken. Wanneer er gewerkt wordt bij het uittrekken van het jonge opschot, voornamelijk berkjes en wilgen, vliegen er weleens vlindertjes op, zo ook ditmaal. Een kameleonbladroller (Acleris hastiana) werd gestoord en vloog op, maar ging al snel weer zitten, Dus ving Remco deze in een potje om later op de foto te zetten, en daarna weer los te laten. Maar er waren ook sporen van de rupsjes te vinden. Zo zagen we in de stengel van Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum) een gaatje zitten. In de stengels overwinteren de rupsjes van de dwergvedermot (Adaina microdactyla). Een andere soort die als rups overwintert is het lisdoddeveertje (Limnaecia phragmitella). Ze zitten in de, bruine, bloeikolf (‘sigaar’) van de lisdodde (Typha sp), als je zo’n kolf openmaakt kun je vaak de rupsjes vinden, al kruipen ze weer snel weg om zich te verstoppen.
Op braam troffen we ook een soort die we niet zo vaak vinden, de bramenblaasmijnmot. De rupsjes leven in de bladeren en beginnen hun spoor vaak met een aantal korte windingen, waarna de mijn zich vergroot tot een grotere blaasmijn. Veelal zitten er meerdere mijnen op 1 blad, en op de bladeren eromheen.


Blad van een braam met mijnen van de bramenblaasmijnmot - Ectoedemia rubivora ( foto Remco Vos)


In 2025 hebben we in dit gebied 255 soorten nachtvlinders gezien, veel meer dan we in de afgelopen jaren gezien hebben. We stonden er driemaal met de lakenopstellig en hadden een aantal mooie avonden waarbij we veel soorten zagen. Dit jaar hebben we 23 nieuwe soorten voor het gebied gevonden en is het totaal aantal soorten dat wij tot en met 2025 in het Soesterveen gezien hebben hierdoor uitgekomen op 665.

 

We danken Natuurmonumenten voor het verstrekken van de vergunning zodat we deze inventarisaties in het gebied konden doen.


Imago van de zwartvlekdwergspanner – Eupithecia centaureata (foto Remco Vos)

Als je wilt helpen om het Soesterveen te behouden, kijk dan op de site van Natuurmonumenten en meld je aan!! We kunnen je hulp goed gebruiken om dit bijzondere gebied te behouden.

 

 

Geraadpleegde bronnen o.a.


 http://www.microvlinders.nl/


 https://www.vlinderstichting.nl/vlinders


 http://www.lepiforum.de/lepiwiki.pl


https://vlinderseemland.nl/berichten-2024/2024-04-entomologische-berichten