Wel en wee

Vlinders Eemland

Sleedoornpagepopulatie Soest, het wel en wee van.

door Violet Middelman

.

In Soest, midden Nederland, bevindt zich een populatie van de zeldzame dagvlinder Sleedoornpage. Aangezien de imago’s (vlinders) van de Sleedoornpage zich zelden laten zien is de beste manier van inventariseren: het speuren naar en tellen van hun eitjes. Die worden voornamelijk afgezet op de Sleedoornstruiken.

 

De populatie in Soest is gezond en wordt sinds een aantal jaren geïnventariseerd. De inventarisaties gebeuren door vrijwilligers van Vlinderwerkgroep IVN Eemland en een medewerker van de Vlinderstichting.

 

De samenwerking tussen de Gemeente Soest en Vlinderwerkgroep mbt het Sleedoornpage gebied is tegenwoordig goed. Eind 2009 was er een kleine ‘rel’ over een berg bouwaarde die was gestort op de plek waar de Guldenroede, een belangrijke nectarplant van de Sleedoornpage, zou moeten opkomen. Nadat de Vlinderwerkgroep dit had gemeld bij de Gemeente Soest werd er adequaat gereageerd. De Gemeente sommeerde het bouwbedrijf om de bouwaarde te verplaatsen wat ook gebeurde. Dit was nog op tijd om de Guldenroede in de zomer weer op te laten komen. Ook pootte de gemeente een aantal jonge Sleedoornstruiken in het gebied.

 

De telling van de eitjes in 2011 zagen we vol spanning tegemoet. In 2010 hadden we 16 eitjes gevonden en we vreesden dat het aantal in 2011 nog lager zou liggen. Niets bleek echter minder waar, we vonden 51 eitjes, een record! Opvallend was de grote hoeveelheid eitjes die we vonden op de nieuwe aanplant en het jonge opschot, regelmatig behoorlijk onderaan de struikjes.

 

In de zomer van 2011 kwam Kars Veling naar Soest om samen met de Gemeente en de Vlinderwerkgroep IVN Eemland te kijken naar de mogelijkheden voor onderhoud aan de strook met Sleedoornstruiken. Een deel van de struiken hing half over het fietspad en was sterk verouderd. Onderhoud was dus echt nodig, maar hoe kon dat worden uitgevoerd zonder de populatie Sleedoornpages te verzwakken? De strook met struiken is zo’n 200 meter lang, en de populatie Sleedoornpages lijkt redelijk gezond. We hadden verschillende opties om het gebied te beheren, en kozen voor de optie om het voorste gedeelte van de strook volledig terug te laten zetten (alle oude struiken weg) en in de rest van de strook een paar oude struiken te verwijderen.

 

Na overleg tussen de gemeente en de Vlinderwerkgroep werden de werkzaamheden gepland voor februari 2012. Ik zorgde ervoor dat ik tijdens het snoeien aanwezig zou zijn om e.e.a. in de gaten te houden en om de gesnoeide takken te controleren op eitjes. Bij aankomst bleek direct hoe belangrijk het is om erbij te zijn, want de opdracht die de uitvoerder had gekregen was anders dan wij met de gemeente hadden besproken: de jonge struikjes die in 2010 waren aangeplant zouden worden verwijderd en er zouden veel meer oude struiken worden teruggezet. Na een pittig overleg met de uitvoerder werd de opdracht aangepast naar de afgesproken werkzaamheden.

We hebben de medewerkers de eitjes laten zien, waarna ze heel enthousiast waren en de struiken waarop we al eitjes hadden gevonden voorzichtig behandelden.

 

Gelukkig kwamen er hulptroepen om de takken na te kijken, want er lagen binnen korte tijd grote bergen takken. Een hels karwei, een monnikenklus, maar het was absoluut de moeite waard. Tijdens de inventarisatie in januari hadden we 19 eitjes gevonden (tegen verwachting in vrijwel geen eitjes op de 2 jaar oude struikjes), we vonden er nu 13 stuks bij! Deze eitjes zaten vrijwel allemaal op takken die we niet hadden kunnen inventariseren; te hoog of te diep in het struikgewas.

We hebben alle takken waarop een eitje was gevonden afgeknipt om ze later te ‘transplanteren’ naar de struiken die er nog staan. Dit houdt in dat we de gesnoeide takjes met touw vast maken aan een levende struik, zo dicht mogelijk bij een bloemknopje, in de hoop dat het rupsje (zeer klein als hij uit het eitje komt) hopelijk de overstap naar de verse tak kan maken en zich in een bloemknopje kan vreten.

 

We zijn zeer benieuwd hoe de tellingen in de komende jaren zullen uitpakken, maar hebben ook aan de resultaten vanaf 2005 kunnen zien dat de aantallen flink fluctueren:

 

2005: 18 eitjes

2006: 15 eitjes

2007: 30 eitjes

2008: 50 eitjes

2009: 40 eitjes

2010: 16 eitjes

2011: 51 eitjes

2012: 32 eitjes

2013: 59 eitjes

2014: 64 eitjes

2015: 62 eitjes

2016: 56 eitjes

2017: 101 eitjes + 82 eitjes (2e locatie)

2018: 148 eitjes + 151 eitjes (2e locatie) + 44 eitjes (3e locatie) + 3 eitjes (4e locatie)

 

Conclusie is in ieder geval dat er blijkbaar een groot deel van de eitjes zich op onbereikbare plaatsen bevindt. We zullen het gebied strak blijven monitoren en de gevolgen nauwkeurig bijhouden;

• Hoe zal het volledig teruggezette gebied zich gaan ontwikkelen

• Zullen we in 2013 weer de meeste eitjes vinden op de jongste struikjes

• Zullen we in 2014 op die jonge struikjes (intussen dus een jaar ouder) minder eitjes vinden dan in 2013

 

Belangrijkste conclusie is dat goed en duidelijk overleg met een gemeente niet altijd voldoende is. Hoe goed alles ook wordt besproken, in het veld en per mail, het is de uitvoerder die de werkzaamheden uitvoert en die kan een gegeven opdracht anders interpreteren dan de bedoeling was. Op tijd aanwezig zijn bij dit soort werkzaamheden en het ter plaatse doornemen met de uitvoerder is daarom zeer aan te bevelen om (onbedoelde) rampen te voorkomen.

 

Sleedoornpage eitje - foto: Peter van der Wijst